JAARREKENING 2018

Geconsolideerde balans per 31 december 2018 (voor winstbestemming)

Bedragen x 1.000 euro

ACTIVA   31-12-2018   31-12-2017
Vaste activa        
Immateriële vaste activa (1) 2.482   1.871  
Materiële vaste activa (2) 170.355   157.761  
Financiële vaste activa (3) 24.537   21.318  
    197.374   180.950
         
Vlottende activa        
Voorraden (4) 843   880  
Vorderingen (5) 11.046   11.690  
Liquide middelen (6) 418   876  
    12.307   13.446
         
Totaal Activa   209.681   194.396
         

PASSIVA   31-12-2018   31-12-2017
Eigen vermogen (7)        
Gestort en opgevraagd kapitaal 141   141  
Agio 6.305   6.305  
Overige reserves 67.063   64.918  
Resultaat verslagjaar 2.017   2.145  
    75.526   73.509
         
Bijdragen van derden (8)   33.038   26.831
         
Voorzieningen (9)   6.782   6.243
         
Langlopende leningen (10)   57.500   60.000
         
Kortlopende schulden        
Schulden aan kredietinstellingen (11) 15.683   2.619  
Overige kortlopende schulden (12) 21.152   25.194  
    36.835   27.813
         
Totaal Passiva   209.681   194.396

Geconsolideerde winst- en verliesrekening over 2018

Bedragen x 1.000 euro

    2018   2017
Netto omzet (13)   45.985   45.319
Baten uit bijdragen van derden (14) 1.654   1.415  
Overige bedrijfsopbrengsten (15) 9.087   8.487  
    10.741   9.902
         
SOM DER BEDRIJFSOPBRENGSTEN   56.726   55.221
         
Waterinkopen, energie, chemicaliën  3.812    3.832  
Kosten uitbesteed werk (16)  15.767    14.223  
Salarissen en sociale lasten (17)  15.413    14.636  
Afschrijvingen immateriële vaste activa  491    110  
Afschrijvingen materiële vaste activa  9.965    9.354  
Belastingen, heffingen en verzekeringen (18)  1.033    976  
Overige bedrijfskosten (19)  5.833    5.571  
         
SOM DER BEDRIJFSLASTEN   52.314   48.702
         
BEDRIJFSRESULTAAT   4.412   6.519
         
Rentebaten (20) 47   42  
Rentelasten (20) ‑2.423   ‑2.233  
    ‑2.376   ‑2.191
         
Resultaat uit deelnemingen (21)   51   ‑2.086
         
RESULTAAT VOOR BELASTING   2.087   2.242
         
Winstbelasting   ‑70   ‑97
         
RESULTAAT   2.017   2.145
         

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2018

Bedragen x 1.000 euro

    2018   2017
Bedrijfsresultaat  4.412    6.519  
         
Afschrijvingen  10.456    9.464  
Amortisatie bijdragen van derden  ‑1.654    ‑1.415  
Mutatie voorzieningen  539    ‑917  
Mutatie werkkapitaal *) en **)  514    ‑55  
         
Financiële baten en lasten  ‑2.376    ‑2.191  
         
         
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN    11.891    11.405
         
Investeringen in im-/materiële vaste activa**)  ‑24.759    ‑18.089  
Ontvangsten bijdragen van derden**)  4.272    3.604  
Desinvesteringen materiële activa  668    28  
Kapitaalstorting in deelnemingen  ‑1.000    ‑3.000  
Verstrekte leningen deelnemingen / aflossingen  ‑2.230    70  
Desinvestering financiele vaste activa  136    0  
Ontvangsten uitgifte aandelen 0   0  
         
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN    ‑22.913    ‑17.387
         
         
Langlopende leningen 0   20.000  
Aflossing langlopende lening  ‑2.500    ‑2.500  
         
KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN    ‑2.500    17.500
         
MUTATIE GELDMIDDELEN    ‑13.522    11.518
         
         
GELDMIDDELEN PER 31 DECEMBER:        
Liquide middelen  418    876  
Kortlopend bankkrediet  ‑13.183    ‑119  
     ‑12.765    757
         
GELDMIDDELEN PER 1 JANUARI:        
Liquide middelen  876    482  
Kortlopend bankkrediet  ‑119    ‑11.243  
     757    ‑10.761
         
MUTATIE GELDMIDDELEN    ‑13.522    11.518

*) Voorraden en vorderingen onder aftrek van overige kortlopende schulden en kortlopende aflossingsverplichtingen.

**) Ten opzichte van de balansmutatie gecorrigeerd voor non cash items.

Algemene toelichting en grondslagen van waardering en resultaatbepaling

Algemeen

N.V. Waterbedrijf Groningen levert drinkwater in de provincie Groningen en aan het Drentse Eelde en Paterswolde. Hiervoor gebruikt ze grond- en oppervlaktewater.

N.V. Waterbedrijf Groningen is een naamloze vennootschap naar Nederlands recht, statutair gevestigd in Nederland te Groningen, Griffeweg 99. De naamloze vennootschap is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 02008621. De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van titel 9 BW 2 en de in Nederland algemeen geldende grondslagen voor financiële verslaggeving. De jaarrekening is opgemaakt d.d. 20 juni 2019.

Voor zover niet anders vermeld zijn de bedragen verantwoord in duizenden euro’s (functionele valuta). Bij het opstellen van de jaarrekening is uitgegaan van de continuïteitsveronderstelling.

Oordelen en schattingen

Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de directie van N.V. Waterbedrijf Groningen zich over verschillende zaken een oordeel vormt, en dat de directie schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.

Grondslagen voor consolidatie

Consolidatie
Geconsolideerd worden die ondernemingen waarin N.V. Waterbedrijf Groningen rechtstreeks of middellijk voor 50% of meer deelneemt in het geplaatste kapitaal en waar N.V. Waterbedrijf Groningen overheersende zeggenschap kan uitoefenen op het zakelijk en financieel beleid. Hierbij worden mede in aanmerking genomen de financiële instrumenten die potentiële stemrechten bevatten en direct kunnen worden uitgeoefend. Deelnemingen in joint ventures worden, gezien het ontbreken van overwegende zeggenschap, niet mee geconsolideerd. Ten aanzien van Waterlaboratorium Noord B.V., WarmteStad B.V. en North Water B.V. is geen sprake van overheersende zeggenschap, daarom zijn deze deelnemingen niet in de consolidatie betrokken.

Geconsolideerde maatschappijen
N.V. Waterbedrijf Groningen staat aan het hoofd van de groep. De geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde financiële positie, resultaten en kasstromen 2018 van N.V. Waterbedrijf Groningen, SamenWater B.V en Waterbedrijf Groningen Duurzaam B.V.

SamenWater B.V. heeft als vestigingsplaats Groningen en heeft als belangrijkste activiteit het verrichten van activiteiten met enige relatie tot industrie- en proceswater, in de ruimste zin des woords. SamenWater B.V. heeft gedurende het boekjaar geen werknemers in dienst.

Waterbedrijf Groningen Duurzaam B.V. heeft als vestigingsplaats Groningen en heeft als belangrijkste activiteit het verzorgen, ontwikkelen en uitvoeren van activiteiten in relatie tot energie en water, alsmede het verrichten van al hetgeen met vorenstaande verband houdt of daartoe in de ruimste zin bevorderlijk kan zijn. Waterbedrijf Groningen Duurzaam B.V. heeft gedurende het boekjaar geen werknemers in dienst.

De financiële gegevens van de geconsolideerde deelnemingen zijn integraal in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen. Intercompany-transacties, intercompany-winsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groepsmaatschappijen worden geëlimineerd.

Niet geconsolideerde maatschappijen en kapitaalbelangen
Voor een overzicht van de niet geconsolideerde maatschappijen en kapitaalbelangen wordt verwezen naar de toelichting van de financiële vaste activa.

N.V. Waterbedrijf Groningen heeft geen aansprakelijkheidsstellingen overeenkomstig artikel 2:403 BW afgegeven.

Salderen

Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:

  • een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; en
  • het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.

Vergelijkende cijfers

Teneinde het inzicht in de totstandkoming van het resultaat te vergroten zijn posten, verantwoord in de winst- en verliesrekening, waar nodig geherrubriceerd. Vergelijkende cijfers zijn dienovereenkomstig aangepast.  De bijdragen van derden die betrekking hebben op investeringen in materiele vaste activa binnen de entiteit WBG Duurzaam worden met ingang van boekjaar 2018 in de jaarrekening gepresenteerd als afzonderlijke post onder de passiva. De vergelijkende cijfers van 2017 zijn hierop aangepast.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Algemeen

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de onderneming zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Voor zover niet anders vermeld worden de activa en de passiva opgenomen tegen nominale waarde.

Financiële instrumenten

Algemeen
Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten zoals vorderingen, effecten en schulden, als financiële derivaten verstaan.

Alle aan- en verkopen volgens standaard marktconventies van financiële activa worden opgenomen per transactiedatum, dat wil zeggen de datum waarop de groep de bindende overeenkomst aangaat.

De primaire financiële instrumenten van N.V. Waterbedrijf Groningen dienen ter financiering van de operationele activiteiten van de onderneming of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Het beleid van N.V. Waterbedrijf Groningen is om niet te handelen in financiële instrumenten. Voor de grondslagen van de primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost.

Reële waarde van financiële instrumenten
De reële waarde van de financiële instrumenten die op actieve markten worden verhandeld per de verslagdatum, wordt bepaald op basis van genoteerde beurskoersen, zonder aftrek van transactiekosten. Voor financiële instrumenten die niet op een actieve markt worden verhandeld, wordt de reële waarde bepaald met passende waarderingsmethoden. 

In de balans opgenomen financiële instrumenten zijn gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, normaal gesproken de nominale waarde, tenzij anders vermeld. Belangrijke afwijkingen tussen nominale waarde en reële waarde worden per post toegelicht.

Derivaten
N.V. Waterbedrijf Groningen maakt gebruik van afgeleide financiële instrumenten ter afdekking van de gelopen risico’s betreffende de renteschommelingen.

Een in een contract besloten derivaat (‘embedded derivative’) wordt afgescheiden van het basiscontract indien aan onderstaande voorwaarden is voldaan:

  • er bestaat geen nauw verband tussen de economische kenmerken en risico’s van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract;
  • een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in het contract besloten derivaat zou voldoen aan de definitie van een derivaat; en
  • het samengestelde instrument wordt niet tegen reële waarde gewaardeerd met verwerking van de reële waardeveranderingen in het resultaat.

Op basis van deze voorwaarden is geen sprake van in contracten besloten derivaten die afgescheiden dienen te worden van het betreffende basiscontract. Tevens is geen sprake van andersoortige derivaten. Op het moment van de eerste verantwoording worden derivaten onder de reikwijdte van RJ 290 gerubriceerd en gewaardeerd.

Immateriële vaste activa

Een immaterieel vast actief wordt in de balans opgenomen als:

  • het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die een actief in zich bergt, zullen toekomen aan de groep; en
  • de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

Uitgaven inzake een immaterieel vast actief die niet aan de voorwaarden voor activering voldoen worden rechtstreeks in de winst- en verliesrekening verantwoord.

De immateriële vaste activa die zijn verkregen bij de acquisitie van een groepsmaatschappij worden tegen de reële waarde op het verkrijgingsmoment opgenomen.

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen.

Het afschrijven van de immateriële vaste activa geschiedt stelselmatig op basis van de geschatte economische levensduur met een maximum van twintig jaar. De economische levensduur en afschrijvingsmethode worden aan het einde van ieder boekjaar opnieuw beoordeeld. Indien de geschatte economische levensduur langer is dan twintig jaar zal, vanaf het moment van verwerking aan het einde van elk boekjaar, een bijzondere waardeverminderingstest worden uitgevoerd.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa in eigen gebruik worden gewaardeerd tegen de kostprijs (verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs), minus eventuele investeringssubsidies, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. In de verkrijgings- of vervaardigingsprijs zijn de door het eigen personeel bestede en in geld gewaardeerde arbeidsuren opgenomen. Er zijn geen rentekosten in de tegen de vervaardigingsprijs gewaardeerde materiële vaste activa opgenomen.

Indien de verwachting omtrent de afschrijvingsmethode, gebruiksduur en/of restwaarde in de loop van de tijd wijzigt, worden deze als een schattingswijziging verantwoord.

Ten aanzien van kosten van groot onderhoud is een voorziening opgenomen. Zodra deze kosten zich voordoen, worden deze aan de getroffen voorziening onttrokken. Alle overige onderhoudskosten worden direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Indien voor een materieel vast actief sprake is van kosten die samenhangen met verplichtingen inzake ontmanteling en verwijdering van het actief en het herstel van het terrein waar het actief zich bevindt en deze verplichting wordt veroorzaakt door het neerzetten van het actief, worden deze kosten van herstel opgenomen als onderdeel van de boekwaarde van het actief, en gelijktijdig wordt een voorziening opgenomen voor hetzelfde bedrag.

Buiten gebruik gestelde materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de kostprijs dan wel de lagere opbrengstwaarde.

Een materieel vast actief wordt niet langer in de balans opgenomen na vervreemding of wanneer geen toekomstige prestatie-eenheden van het gebruik of de vervreemding worden verwacht. De bate of last die voortvloeit uit de desinvestering wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Financiële vaste activa

Deelnemingen waar N.V. Waterbedrijf Groningen invloed van betekenis uit kan oefenen op het financiële en zakelijke beleid, worden gewaardeerd tegen netto vermogenswaarde. Overige deelnemingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering vindt waardering plaats tegen deze lagere waarde; afwaardering vindt plaats ten laste van de winst- en verliesrekening. De onder de post financiële vaste activa opgenomen vorderingen op niet-groepsmaatschappijen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, onder aftrek van een voorziening wegens oninbaarheid.

Indien de waarde van de deelneming volgens de vermogensmutatiemethode nihil is geworden, wordt deze methode niet langer toegepast en blijft de deelneming bij ongewijzigde omstandigheden op nihil gewaardeerd. Hierbij worden andere belangen in de deelneming die feitelijk worden aangemerkt als een onderdeel van de netto-investering, ook meegenomen. Indien en voor zover geheel of ten dele voor de schulden van de deelneming wordt ingestaan respectievelijk een feitelijke verplichting bestaat de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen, wordt een voorziening opgenomen.

Voorraden

De voorraden zijn gewaardeerd tegen inkoopprijs en zo nodig afgewaardeerd naar lagere opbrengstwaarde onder aftrek van een voorziening voor incourantheid.

Vlottende vorderingen

De verstrekte leningen en overige vorderingen die geen onderdeel zijn van de handelsportefeuille, worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid.

Liquide middelen

Onder liquide middelen worden verstaan kasmiddelen, de tegoeden op bankrekeningen en wissels en cheques. Deposito’s worden onder liquide middelen opgenomen indien zij in feite -zij het eventueel met opoffering van rentebaten- ter onmiddellijke beschikking staan. Liquide middelen die (naar verwachting) langer dan twaalf maanden niet ter beschikking staan van de groep, worden als financiële vaste activa gerubriceerd.

Classificatie eigen vermogen en vreemd vermogen

Een financieel instrument of de afzonderlijke componenten van het instrument worden in de geconsolideerde jaarrekening als vreemd vermogen of als eigen vermogen geclassificeerd overeenkomstig de economische realiteit van de contractuele overeenkomst waaruit het financieel instrument voortvloeit. In de enkelvoudige jaarrekening wordt een financieel instrument geclassificeerd overeenkomstig de juridische realiteit. Rente, dividenden, baten en lasten met betrekking tot een (deel van een) financieel instrument worden in de jaarrekening opgenomen afhankelijk van de classificatie van het financieel instrument als financiële verplichting respectievelijk als eigen-vermogensinstrument.

Bijdragen van derden

De bijdragen van derden worden gewaardeerd tegen de nominaal van derden ontvangen bijdragen van de in gebruik genomen aangelegde hoofd- en aansluitingleidingen verminderd met de amortisaties. De amortisatie van deze bijdragen vindt plaats in 30 respectievelijk 20 jaar, conform de afschrijvingstermijn van de investeringen in hoofd- en aansluitleidingen. Amortisatie start in het jaar van ingebruikname van de bijbehorende leiding. De jaarlijkse amortisatie wordt verantwoord onder de overige opbrengsten.

Voorzieningen

Een voorziening wordt gevormd indien de groep op balansdatum een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft waarvan het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang betrouwbaar is te schatten. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen en verliezen per balansdatum af te wikkelen. De voorziening uitgestelde beloningen personeel is gewaardeerd tegen de contante waarde van de toekomstige betalingsverplichtingen, waarbij rekening is gehouden met de verwachte salarisstijgingen en tussentijdse uitstroom uit de organisatie. Tenzij anders vermeld, worden de overige voorzieningen gewaardeerd tegen nominale waarde.

Indien het waarschijnlijk is dat voor uitgaven die noodzakelijk zijn om een voorziening af te wikkelen een vergoeding van een derde zal worden ontvangen, wordt deze vergoeding gepresenteerd als een afzonderlijk actief.

Langlopende schulden

Dit zijn de schulden met een resterende looptijd van meer dan één jaar en zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. De aflossingsverplichtingen voor het komende boekjaar op langlopende leningen zijn gepresenteerd onder de kortlopende schulden aan kredietinstellingen.

Kortlopende schulden

Dit zijn de schulden met een resterende looptijd van minder dan één jaar en zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen

Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie er toe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.

Leasing

De beoordeling of een overeenkomst een lease bevat, vindt plaats op grond van de economische realiteit op het tijdstip van het aangaan van het contract. Het contract wordt aangemerkt als een leaseovereenkomst als de nakoming van de overeenkomst afhankelijk is van het gebruik van een specifiek actief of de overeenkomst het recht van het gebruik van een specifiek actief omvat.

In geval van operationele leasing worden de leasebetalingen lineair over de leaseperiode ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Grondslagen voor resultaatbepaling

Algemeen

Verantwoording van opbrengsten en kosten vindt plaats op het tijdstip waarop de desbetreffende leveringen plaatsvinden of diensten worden verricht. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en overigens wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opnemen van voorzieningen.

Netto omzet

De omzet omvat het vastrecht en het gefactureerde waterverbruik en de gefactureerde warmtelevering. Voor het bemeterde klein­verbruik en het capaciteitsverbruik omvat het waterverbruik het verbruik tot aan de laatste op­namedatum van de watermeters. Indien geen opname gegevens zijn verkregen is op basis van een schatting van het waterverbruik over het boekjaar afgerekend. Eventuele verschillen tussen de schatting en werkelijk verbruik worden verantwoord in het jaar dat het werkelijke waterverbruik op basis van verkregen meterstanden wordt afgerekend.

Dividend

Dividenden, verkregen van deelnemingen die tegen verkrijgingsprijs worden gewaardeerd, worden in de winst- en verliesrekening verwerkt indien N.V. Waterbedrijf Groningen daarop recht heeft verkregen en hun ontvangst waarschijnlijk is.

Exploitatiesubsidies

Exploitatiesubsidies worden ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde uitgaven komen, waarin de opbrengsten zijn gederfd dan wel waarin het exploitatietekort zich heeft voorgedaan.

Kosten

De kosten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen van waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

Geactiveerde bedrijfslasten

Onder de geactiveerde bedrijfslasten zijn de personeelskosten opgenomen ten dienste van de vervaardiging van materiële vaste activa.

Pensioenen

N.V. Waterbedrijf Groningen heeft de pensioenen voor haar medewerkers ondergebracht bij het Stichting Pensioenfonds ABP. Aan het personeel is een pensioen toegezegd op basis van een middelloonregeling. De betaalde premies worden als salariskosten in de resultatenrekening verantwoord. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Afschrijvingen

De afschrijvingstermijnen van de materiële vaste activa zijn gebaseerd op de verwachte economische levensduur, waarbij de activa lineair worden afschreven rekening houdende met een restwaarde.

Rente

Renteopbrengsten worden tijdsevenredig in de winst- en verliesrekening verwerkt rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk. Periodieke rentelasten en soortgelijke lasten komen ten laste van het jaar waarover zij verschuldigd worden.

Vennootschapsbelasting

Sinds 1 januari 2016 zijn N.V. Waterbedrijf Groningen en SamenWater B.V. onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting op grond van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen. De heffing van vennootschapsbelasting geldt alleen voor de niet-wettelijke activiteiten.

N.V. Waterbedrijf Groningen maakt samen met SamenWater B.V. sinds 1 januari 2016 deel uit van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. N.V. Waterbedrijf Groningen draagt de gehele acute vennootschapsbelasting (RJ 272.803-d). Daarnaast neemt N.V. Waterbedrijf Groningen zowel de eigen latente belastingposities als de eventueel aanwezige latente belastingposities van SamenWater B.V. op in de jaarrekening (RJ 272.806-a).

De vennootschapsbelasting wordt berekend tegen het geldende tarief over het resultaat van het boekjaar, waarbij rekening wordt gehouden met permanente verschillen tussen de winstberekening volgens de jaarrekening en de fiscale winstberekening, en waarbij actieve belastinglatenties (indien van toepassing) slechts worden gewaardeerd voor zover de realisatie daarvan waarschijnlijk is. Opgemerkt zij dat onderdelen van de implementatie van de vennootschapsbelastingplicht bij N.V. Waterbedrijf Groningen en SamenWater B.V. nog onderwerp zijn van overleg met de Belastingdienst. Naar verwachting zal het overleg met de Belastingdienst in 2019 worden afgerond.

Grondslagen voor het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen en het kortlopend bankkrediet.

Kasstromen in vreemde valuta zijn omgerekend tegen een geschatte gemiddelde koers. Koersverschillen inzake geldmiddelen worden afzonderlijk in het kasstroomoverzicht getoond.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden zijn opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten.

De verkrijgingsprijs van verworven groepsmaatschappijen en de verkoopprijs van verkochte groepsmaatschappijen worden opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geld heeft plaatsgevonden. De in deze groepsmaatschappijen aanwezige geldmiddelen zijn op de aankoopprijs respectievelijk de verkoopprijs in aftrek gebracht.

Transacties waarbij geen ruil van kasmiddelen plaatsvindt worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen.

Toelichting op de geconsolideerde balans

1. Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa betreft kantoorsoftware. De economische levensduur van de kantoorsoftware bedraagt 5 jaar en wordt lineair afgeschreven. De afschrijvingskosten zijn in de winst- en verliesrekening verwerkt als afschrijvingen immateriële vaste activa.

De immateriële vaste activa kent het volgende verloop:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Boekwaarde per 1 januari 1.871 571
Investeringen 1.102 1.410
Afschrijvingen 491 110
Boekwaarde per 31 december 2.482 1.871
     
Cum. afschrijvingen 1 januari 4.751 4.641
Afschrijvingen 491 110
Uit bedrijf genomen activa 4.632 0
Cumulatieve afschrijvingen 31 december 610 4.751
     
Aanschafwaarde per 1 januari 6.622 5.212
Investeringen 1.102 1.410
Uit bedrijf genomen activa 4.632 0
Aanschafwaarde per 31 december 3.092 6.622

2. Materiële vaste activa

De economische levensduur in jaren voor de belangrijkste categorieën zijn als volgt vastgesteld: bedrijfsgebouwen en hoofdleidingen 30 jaar; waterwinputten, aansluitleidingen, machines en installaties 20 jaar; telecommunicatie 15 jaar en overige 5 - 10 jaar. Voor alle categorieën geldt dat lineair wordt afgeschreven. Op terreinen wordt niet afgeschreven. De terreinen in de waterwingebieden aangeschaft voor 1997 zijn vermeld onder “Bedrijfsgebouwen en terreinen” en worden gewaardeerd tegen lagere bedrijfswaarde.

De samenstelling en het verloop van de materiële vaste activa in het verslagjaar, onderverdeeld naar categorie, is als volgt:

Bedragen x 1.000 euro

  Bedrijfs- gebouwen, en terreinen Installaties productie Distributie- leidingen, installaties Overige duurzame activa Werken in uitvoering Totaal
             
Boekwaarde per 1 januari 28.166 32.956 74.427 2.206 20.006 157.761
Investeringen 6.120 1.119 17.795 502 ‑2.438 23.098
Desinvesteringen 514 118 0 36 0 668
Afschrijvingen 1.488 2.665 5.012 671 0 9.836
Bijzondere waardeverminderingen 0 0 0 0 0 0
Boekwaarde per 31 december 32.284 31.292 87.210 2.001 17.568 170.355
             
Cum. afschrijvingen 1 januari (*) 27.652 28.411 142.416 3.414 0 201.893
Afschrijvingen 1.488 2.665 5.012 671 0 9.836
Bijzondere waardeverminderingen 0 0 0 0 0 0
Uit bedrijf genomen activa 1.361 119 998 484 0 2.962
Cum. afschrijvingen 31 december 27.779 30.957 146.430 3.601 0 208.767
             
Aanschafwaarde per 1 januari 55.818 61.367 216.843 5.620 20.006 359.654
Investeringen 6.120 1.119 17.795 502 ‑2.438 23.098
Desinvesteringen 514 118 0 36 0 668
Uit bedrijf genomen activa 1.361 119 998 484 0 2.962
Aanschafwaarde per 31 december 60.063 62.249 233.640 5.602 17.568 379.122

(*) De cum. afschrijvingen zijn inclusief bijzondere waardeverminderingen.

3. Financiële vaste activa

Het verloop van de financiële vaste activa is als volgt:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Deelnemingen 21.672 20.758
Latente vordering vennootschapsbelasting 75 0
Leningen 2.790 560
Totaal 24.537 21.318

Het verloop van de financiële activa in deelnemingen is als volgt:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Saldo per 1 januari 20.758 19.844
Investeringen 1.000 3.000
Verkoop deelneming Futuro B.V. ‑5 0
Resultaat deelnemingen ‑81 ‑2.086
Saldo per 31 december 21.672 20.758

Bedragen x 1.000 euro

      2018   2017
Vennootschap Vestigingsplaats Belang (%) Bedrag Belang (%) Bedrag
           
North Water B.V. Groningen 50% 18.333 50% 17.774
WarmteStad B.V. Groningen 50% 2.581 50% 2.325
Waterlaboratorium Noord B.V. Haren 50% 692 50% 588
Futuro B.V. Voorburg 0% 0 25% 5
Aqua Minerals B.V. Rijswijk ZH 3% 18 3% 18
KWH Water B.V. Nieuwegein 3% 48 3% 48
           
Totaal     21.672   20.758

De deelneming North Water B.V. bestaat voor € 2.614 uit een ongerealiseerde winst in verband met de verkoop van activa SamenWater B.V. aan North Water B.V.

In 2018 is Futuro B.V. geliquideerd. Het uit dien hoofde ontvangen bedrag is, voor zover het de verkrijgingsprijs te boven ging, als resultaat deelneming in 2018 verantwoord.

Het verloop van de financiële activa van de leningen is als volgt:

Bedragen x 1.000 euro

  Saldo 1-1 Uitgeleend Aflossing/ kort lopend Saldo 31-12
Langlopende lening Waterlaboratorium Noord B.V. 560 0 ‑70 490
Langlopende lening WarmteStad BV 0 2.300 0 2.300
Totaal 560 2.300 ‑70 2.790

De lening aan Waterlaboratorium Noord B.V. heeft vanaf 2016 een looptijd van 10 jaar met een jaarlijkse aflossing. Op deze lening is een rentepercentage van 2,9% van toepassing. Als zekerheid rust er een pandrecht op niet-registergoederen. De leningen aan WarmteStad B.V. bestaat uit 2 delen. Beide zijn verstrekt in 2018, een deel groot € 1.300 met een looptijd van 15 jaar en een rentepercentage van 1,25% en een deel groot € 1.000 met een looptijd van 10 jaar en een rentepercentage van 2,0%. Voor beide delen geldt een jaarlijkse aflossing ingaand in 2022. Met betrekking tot het tweede deel is er een akte tot stille verpanding van toepassing.  

4. Voorraden

Deze voorraden betreffen materialen en gereedschappen voor installatie en onderhoud van de materiële vaste activa. In de post voorraden ten bedrage van € 843 (2017: € 880) is een voorziening voor incourantheid van € 64 (2017: € 66) opgenomen.

5. Vorderingen

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Waterdebiteuren 4.787 4.625
Overige debiteuren 2.331 3.279
Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen 1.876 1.914
Omzetbelasting 971 989
Overige vorderingen 325 390
Overlopende activa 756 493
Totaal 11.046 11.690

De vorderingen op waterdebiteuren betreft de reeds aan de klanten verstuurde afrekeningen, verrekend met de in rekening gebrachte voorschotten. Ten aanzien van de vorderingen op debiteuren is ultimo boekjaar een voorziening voor oninbaarheid van € 857 (2017: € 769) gevormd.

De vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen hebben de volgende samenstelling:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
North Water B.V. 552 589
North Water Afvalwaterzuivering B.V. 96 75
WarmteStad B.V. 838 904
Warmtetransport Noordwest B.V. 71 88
Warmtenet Noordwest B.V. 122 150
NDEA B.V. 69 33
WKO Europapark B.V. 128 75
Totaal 1.876 1.914

Onder de vordering op WarmteStad B.V. is een rekening-courant vordering opgenomen van € 750.  Hiervoor geldt een variabel rentepercentage gekoppeld aan de BNG-rente voor rekening-courantrekeningen met een opslag van 0,25%. Voor de overige vorderingen wordt geen rente in rekening gebracht. Er zijn geen zekerheden vastgelegd. 

6. Liquide middelen

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Kas 3 5
Bank 415 871
Totaal 418 876

Voor een toelichting op de beperkingen inzake de beschikbaarheid van geldmiddelen wordt verwezen naar de toelichting op de kortlopende schulden aan kredietinstellingen.

7. Eigen vermogen

De mutaties in het eigen vermogen worden onder punt 4 in de toelichting op de vennootschappelijke balans uiteengezet.

8. Bijdragen van derden

Bedragen x 1.000 euro

  Saldo 1-1 Toevoegingen Amortisatie Saldo 31-12
Bijdragen van derden 26.831 7.861 1.654 33.038

Hieronder worden begrepen de ontvangen bijdragen van derden in de aanleg van hoofd- en aansluitleidingen. Hiertegenover staat de verplichting, dat door de vennootschap de aansluiting in stand wordt gehouden. De jaarlijkse amortisatie wordt verantwoord onder de overige opbrengsten.

9. Voorzieningen

Bedragen x 1.000 euro

  Saldo 1-1 Toevoeging / vrijval Onttrekking Saldo 31-12
Uitgestelde Beloningen Personeel 297 23 71 249
Voormalig Personeel/WW-fonds 163 122 42 243
Bijzonder Onderhoud 5.650 1.817 1.290 6.177
Herstelkosten Meetinstrumentarium 133 ‑93 0 40
Latente Belastingverplichting 0 73 0 73
  6.243 1.942 1.403 6.782

De voorzieningen hebben een overwegend langlopend karakter.

De voorziening Uitgestelde Beloningen Personeel betreft de verplichtingen die voortvloeien uit de overgangsregeling inzake diensttijd gratificatie, zoals opgenomen in de CAO Waterbedrijven 2015-2017. Deze CAO vormt ook ultimo 2018 het uitgangspunt bij de bepaling van de hoogte van de voorziening, gegeven het nog niet van kracht zijn van een nieuwe CAO. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde (op basis van een rekenrente van 1,2%). In de berekening is tevens rekening gehouden met toekomstige salarisstijgingen en tussentijdse uitstroom van personeelsleden.

De voorziening Voormalig Personeel/WW-fonds is opgenomen in verband met verplichtingen voortvloeiende uit het feit dat N.V. Waterbedrijf Groningen eigenrisicodrager is voor de Werkloosheidswet (WW). Deze verplichtingen betreffen mogelijke WW aanspraken en daarmee verband houdende bovenwettelijke aanvullingen. Deze voorziening is nominaal gewaardeerd. De werkelijke kosten in het verslagjaar worden aan de voorziening onttrokken.

De voorziening Bijzonder Onderhoud is ter dekking van kosten voortvloeiende uit toekomstig bijzonder onderhoud aan gebouwen, installaties en leidingwerk. Het meerjarig onderhoudsplan is de grondslag voor de voorziening, waarbij jaarlijks het onderhoudsplan wordt herzien en mogelijke effecten hiervan worden meegenomen in de aan te houden voorziening.

De voorziening Herstelkosten Meetinstrumentarium is gevormd ter dekking van de kosten voor het vroegtijdig vervangen van meetinstrumentarium, binnen de distributie-infrastructuur, welke niet voldoet aan de normaal te verwachten functionele specificaties. De voorziening is gebaseerd op een inschatting van het aantal te vervangen meetinstrumenten en daaraan toe te rekenen materiaal- en arbeidskosten. De voorziening is nominaal gewaardeerd.   

De voorziening Latente Belastingverplichting houdt verband met een verschil tussen de fiscale en commerciële waardering van de langlopende schulden. Er is sprake van een agio op de lening aangezien de fiscale waarde volgens de fiscale openingsbalans hoger was dan de nominale boekwaarde op dat moment. Dit verschil is toegerekend aan de resterende looptijd van de lening en op basis van schuldallocatie toegerekend aan belaste activiteiten tegen de van toepassing zijnde tarieven voor de vennootschapsbelasting.                                                

10. Langlopende schulden

De langlopende schulden hebben het volgende verloop:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Stand per 1 januari 60.000 42.500
Mutatie ‑2.500 17.500
Stand per 31 december 57.500 60.000

De langlopende schulden betreft drie leningen verkregen van kredietinstellingen:

  • een lening van € 35.000 (2017: € 35.000) met een resterende looptijd van 10 jaar, met een rentepercentage van 4,92%;
  • een lening van € 5.000 (2017: € 7.500) met een resterende looptijd van 2 jaar met een variabel rentepercentage gebaseerd op 3 maands Euribor met een opslag van 0,15%. Voor deze lening is een tweetal in het basiscontract begrepen embedded derivaten afgesloten, waarvoor wordt verwezen naar de toelichting op de financiële instrumenten. Op deze lening is € 2.500 afgelost in 2018;
  • Een lening van € 20.000 (2017: € 20.000) met een resterende looptijd van 14 jaar, met een rentepercentage van 1,89%.

Behoudens de door kredietinstellingen vereiste solvabiliteit van 20% (vanaf 1 januari 2024: 25%) en een ICR van minimaal 1,0 zijn er geen andere specifieke voorwaarden overeengekomen of zekerheden gesteld. Een bedrag van € 39.444 heeft een resterende looptijd van meer dan 5 jaar (2017: € 43.333).

11. Kortlopende schulden aan kredietinstellingen

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Aflossingsverplichtingen op langlopende schulden 2.500 2.500
Bankkrediet 13.183 119
Totaal 15.683 2.619

N.V. Waterbedrijf Groningen heeft de mogelijkheid gebruik te maken van een tweetal rekeningcourant faciliteiten van in totaal € 15.223. Daarnaast is er ultimo 2018 een kasgeldlening aangetrokken voor € 7.500. Ten aanzien van deze faciliteiten zijn geen zekerheden gesteld. Het gebruik van deze faciliteiten (in samenhang met de beschikbaarheid van geldmiddelen) wordt beperkt door de verplichtingen voortvloeiende uit de ‘Regeling kasgeldleningen van werknemers aan het bedrijf van de werkgever’, zoals verantwoord onder de overige schulden.

12. Overige kortlopende schulden

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Crediteuren 6.560 6.786
Schulden aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen 248 316
Belastingen en sociale premies 934 874
Pensioenpremie 187 178
Grondwaterbelasting 113 0
Regeling kasgeldleningen van werknemers aan het bedrijf van de werkgever 3.128 3.081
Nog te betalen rente leningen kredietinstellingen 1.858 1.868
Overige schulden 2.668 2.785
Overlopende passiva inzake projecten 430 4.508
Vennootschapsbelasting 118 97
Verlofdagen personeel 4.794 4.567
Overlopende passiva 114 134
Totaal 21.152 25.194

De kortlopende schulden hebben een resterende looptijd korter dan een jaar.

De schulden aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen hebben de volgende samenstelling:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Waterlaboratorium Noord B.V. 113 224
Futuro B.V. 0 47
Aqua Minerals B.V. 123 45
KWR Watercycle Research Institute 12 0
Totaal 248 316

Niet in de balans opgenomen verplichtingen

De aan het einde van het verslagjaar aangegane inkoopverplichtingen bedragen € 4.305 (2017: € 2.516) en betreffen aangegane verplichtingen met derden voor operationele werkzaamheden en groot onderhoud (€ 552) en investeringswerken in uitvoering (€ 3.753), waarvan de verplichtingen in 2019 zullen worden afgewikkeld.

Aan de Stichting Het Groninger Landschap is de toezegging gedaan om jaarlijks € 454 te betalen (tot en met 2028) ten behoeve van het op harmonische wijze laten samengaan van natuurontwikkeling en waterwinning.

Aan WarmteStad B.V. is de toezegging gedaan voor het verstrekken van een lening van € 4.000 ten behoeve van verdere ontwikkeling van WKO door WarmteStad B.V. In 2018 is hiervan € 1.000 verstrekt, het overige deel zal in 2019 en latere jaren worden verstrekt. Tevens is aan WarmteStad B.V. de toezegging gedaan voor het verstrekken van een lening van € 3.000 ten behoeve van uitbreiding van de infrastructuur van het warmtenet door WarmteStad B.V. Deze lening zal in 2019 worden verstrekt.

Er bestaan huur- en leaseverplichtingen voor kantoorapparatuur ad € 26 (2017: € 50) over 2019 tot en met 2020. Hiervan heeft € 21 betrekking op 2019 en het restant op 2020.

De CAO Waterbedrijven liep af per 30 juni 2017. Onderhandelingen hebben nog niet geleid tot een nieuwe CAO. Werkgevers hebben in 2018 eenzijdig besloten tot toekenning van een loonsverhoging die ook op 2017 betrekking had. De loonsverhoging is verwerkt in het resultaat 2018. Het is mogelijk dat een uiteindelijk nieuwe CAO zal leiden tot nabetalingen die ook betrekking hebben op 2017 en 2018. Dat is echter niet zeker, ook is het niet mogelijk om de hoogte van eventuele nabetalingen te kwantificeren.

Financiële instrumenten

Het belangrijkste risico uit hoofde van de financiële instrumenten van N.V. Waterbedrijf Groningen is het prijsrisico, voornamelijk bestaande uit het rente/liquiditeitsrisico.

Het beleid van N.V. Waterbedrijf Groningen om deze risico’s te beperken, luidt als volgt:

Rente/liquiditeitsrisico
Een deel van de langlopende schulden aan kredietinstellingen kent een variabel rentepercentage waardoor N.V. Waterbedrijf Groningen het risico loopt dat toekomstige kasstromen verbonden aan monetaire financiële instrumenten variëren in omvang als gevolg van wijzigingen in de variabele rente. N.V. Waterbedrijf Groningen heeft dit risico afgedekt middels een tweetal (in een basiscontract) besloten rentederivaten, te weten:

  • Een rentecap van 5,40%, nauw verbonden aan de lening groot € 5.000;
  • Een rentefloor van 3,175% (met een renteminimum van 4,70%), nauw verbonden aan de lening groot € 5.000.

De reële waarde van het samengestelde financiële instrument (langlopende lening inclusief bovenstaande in het basiscontract besloten rentederivaten) bedraagt -/- € 5.192.

Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen na balansdatum (tot het moment van opmaken van de jaarrekening) die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum zijn als zodanig verwerkt in de jaarrekening.

Er is geen sprake van gebeurtenissen na balansdatum die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die belangrijke financiële gevolgen hebben voor N.V. Waterbedrijf Groningen.

Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening

13. Netto-omzet

De netto-omzet kan als volgt worden gespecificeerd:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Kleinverbruikers 30.731 31.153
Grootverbruikers 14.384 13.364
Zusterbedrijven 522 464
Tijdelijke leveringen 37 24
Warmtelevering 257 314
Overig 54 0
Totaal netto omzet 45.985 45.319

14. Baten uit bijdragen van derden

Dit betreft de amortisatie van de bijdragen van derden ten gunste van de exploitatie.

15. Overige bedrijfsopbrengsten

De overige bedrijfsopbrengsten kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Vergoeding verrichte werkzaamheden voor derden 6.117 5.761
In rekening gebrachte kosten voor incasso, heraansluiting, enz. 793 1.155
Vastrecht brandkranen 797 773
Huren en pachten 352 272
Verkoop materialen 345 287
Overige opbrengsten 683 239
Totaal 9.087 8.487

16. Kosten uitbesteed werk

De kosten uitbesteed werk kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Onderhoud 5.380 4.497
Laboratorium 2.434 2.415
ICT 2.588 2.739
Inning, marketing en communicatie 653 645
Onderzoek 242 327
Inhuur derden 4.470 3.600
Totaal 15.767 14.223

17. Salarissen en sociale lasten

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Salarissen (inclusief vakantie- en eindejaarsuitkering) 12.557 12.243
Sociale lasten 1.569 1.482
Premie pensioenfonds 1.657 1.597
Overige personeelskosten 1.068 792
Totaal salarissen en sociale lasten 16.851 16.114
Waarvan geactiveerd onder materiële vaste activa ‑1.438 ‑1.478
Ten laste van de exploitatie 15.413 14.636

Pensioenen

De pensioenregeling van N.V. Waterbedrijf Groningen en haar groepsmaatschappijen is ondergebracht bij Stichting Pensioenfonds ABP. Het betreft een collectieve regeling waarbij meerdere werkgevers zijn aangesloten en is in wezen een toegezegd-pensioen-regeling, waarbij de pensioenuitkering gebaseerd is op de lengte van het dienstverband en het gemiddeld salaris van de werknemer gedurende dit dienstverband.

Per deelnemende onderneming is geen informatie beschikbaar inzake het saldo van de met de regeling samenhangende activa en passiva. Daarom wordt de regeling behandeld als toegezegde-bijdragenregeling en worden de verschuldigde pensioenpremies over het boekjaar als pensioenlasten in het resultaat verantwoord.

De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • Het betreft een middelloonregeling;
  • Het bestuur van het pensioenfonds stelt jaarlijks de premie vast op basis van de dekkingsgraad en het verwachte rendement.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:

  • Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en directie van N.V. Waterbedrijf Groningen en haar groepsmaatschappijen;
  • N.V. Waterbedrijf Groningen en haar groepsmaatschappijen zijn verplicht tot betaling van de vastgestelde premies en kunnen, op basis van ontwikkelingen van de dekkingsgraad, verplicht worden gesteld tot bijstorting.

De beleidsdekkingsgraad van het bedrijfstakpensioenfonds bedraagt per 31 december 2018 97,0%. Omdat deze dekkingsgraad lager is dan de door het fonds gestelde  norm van 128% en het wettelijk niet langer dan 5 jaar is toegestaan een beleidsdekkingsgraad, lager dan 104,2 % te hebben, moet het pensioenfonds mogelijk een nieuw herstelplan bij De Nederlandsche Bank (DNB) indienen. De gevolgen van een mogelijk nieuw herstelplan zijn op dit moment nog niet bekend.

Aantal personeelsleden (ultimo boekjaar)

    2018   2017
  Aantal FTE Aantal FTE
Directie & Staf 29 26,0 26 23,4
Finance & Control 22 20,4 17 15,5
Klant & Markt 46 41,9 47 42,6
Ingenieursbureau 28 27,1 30 29,1
Watervoorziening 94 91,2 98 95,8
Services en Informatievoorziening 17 14,5 17 14,5
Totaal 236 221,1 235 220,9

18. Belastingen, heffingen en verzekeringen

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Grondwaterbelasting 569 526
Overige belastingen, heffingen en verzekeringen 464 450
Totaal 1.033 976

19. Overige bedrijfskosten

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Kosten facilitaire dienstverlening 1.072 1.068
Vervoer en wagenparkbeheer 622 645
Kantoormiddelen 119 99
Contributies 17 23
Bijdragen samenwerkingsverbanden 1.467 1.439
Diverse kosten, inclusief dotatie voorzieningen 2.536 2.297
Totaal 5.833 5.571

De ten laste van het boekjaar gebrachte kosten van de externe accountant en de accountantsorganisatie en het gehele netwerk waartoe deze accountantsorganisatie behoort, zijn als volgt:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Controle jaarrekening 149 77
Andere niet-controlediensten 0 1
Totaal 149 78

20. Rentelasten en -baten

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Rente langlopende leningen ‑2.414 ‑2.209
Overige rentelasten ‑9 ‑24
Rentebaten 47 42
Totaal ‑2.376 ‑2.191

21. Resultaat deelnemingen

De samenstelling van het resultaat deelnemingen is als volgt:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
North Water B.V. 559 1.102
WarmteStad B.V. ‑743 ‑3.388
Waterlaboratorium Noord B.V. 104 200
Boekwinst Futuro B.V. 131 0
Totaal 51 ‑2.086

Het resultaat deelneming North Water B.V. bestaat uit het aandeel in de winst van 50% van North Water B.V. ter grootte van € 232 (2017: € 775) en de vrijval van € 327 in 2018 (2017: € 327) van de ongerealiseerde winst op de verkoop van de industriewateractiviteiten aan SamenWater B.V.

Het hogere negatieve resultaat deelneming WarmteStad B.V. in 2017 was het gevolg van het binnen het project Noordwest wegvallen van geothermie als beoogde warmtebron voor de levering van warmte. Er zal op een andere wijze voorzien worden in de productie van warmte. De aan geothermie bestede onderzoeksactiviteiten hadden derhalve geen waarde meer. Dit heeft in 2017 geleid tot een desinvestering.

In 2018 is Futuro B.V. geliquideerd. Het uit dien hoofde ontvangen bedrag is, voor zover het de verkrijgingsprijs te boven ging, als resultaat deelneming verantwoord.

22. Beloning topfunctionarissen

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op N.V. Waterbedrijf Groningen van toepassing zijnde regelgeving:

  • Wet normering topinkomens;
  • Uitvoeringsbesluit WNT (inclusief de normering voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking);
  • Uitvoeringsregeling WNT;
  • Controleprotocol WNT (voor verantwoordingen over 2018);
  • Beleidsregels WNT 2018.

Het bezoldigingsmaximum in 2018 voor N.V. Waterbedrijf Groningen is € 189.000. Dit geldt naar rato en/of omvang van het dienstverband. Voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking geldt met ingang van 1 januari 2016 voor de eerste 12 kalendermaanden een afwijkende normering, zowel voor de duur van de opdracht als voor het uurtarief.

Tabel WNT (1 van 2)

Bedragen in hele euro's

Tabel WNT (1 van 2)
  R.A.M. Zwart A. Meijerman T.H. Haseloop-Amsing I. Noordhoff
Functiegegevens Directeur Voorzitter RvC Vice-voorzitter / Secretaris RvC Lid RvC
Aanvang en einde functievervulling in 2018 1-1 - 31-12 1-1 - 31-12 1-1 - 31-12 1-1 - 31-12
Omvang dienstverband (in fte) 1 - - -
Gewezen topfunctionaris? nee nee nee nee
(Fictieve) dienstbetrekking? ja nee nee nee
         
         
Bezoldiging        
Individueel WNT-maximum 189.000 28.350 18.900 18.900
         
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 163.674 9.500 6.500 6.500
Beloningen betaalbaar op termijn 18.910 - - -
         
-/- Onverschuldigd betaald bedrag - - - -
Totale bezoldiging 2018 182.584 9.500 6.500 6.500
         
         
Gegevens 2017        
Aanvang en einde functievervulling in 2017 1-1 - 31-12 1-1 - 31-12 1-1 - 31-12 1-1 - 31-12
Omvang dienstverband (in fte) 1 - - -
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 163.147 9.857 6.857 6.857
Beloningen betaalbaar op termijn 17.746 - - -
Totale bezoldiging 2017 180.893 9.857 6.857 6.857

Tabel WNT (2 van 2)

Bedragen in hele euro's

Tabel WNT (2 van 2)
  P.H. Pellenbarg N.D. Smit H.A. Snapper
Functiegegevens Lid RvC Lid RvC Lid RvC
Aanvang en einde functievervulling in 2018 1-1 - 31-12 1-1 - 31-12 1-1 - 31-12
Omvang dienstverband (in fte) - - -
Gewezen topfunctionaris? nee nee nee
(Fictieve) dienstbetrekking? nee nee nee
       
       
Bezoldiging      
Individueel WNT-maximum 18.900 18.900 18.900
       
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 6.500 6.500 6.500
Beloningen betaalbaar op termijn - - -
       
-/- Onverschuldigd betaald bedrag - - -
Totale bezoldiging 2018 6.500 6.500 6.500
       
       
Gegevens 2017      
Aanvang en einde functievervulling in 2017 1-1 - 31-12 29-6 - 31-12 1-1 - 31-12
Omvang dienstverband (in fte) - - -
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 6.857 3.432 6.857
Beloningen betaalbaar op termijn - - -
Totale bezoldiging 2017 6.857 3.432 6.857

Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking
In 2018 is geen sprake geweest van uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2018 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2018 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WOPT of de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.

Vennootschappelijke balans per 31 december 2018 (voor winstbestemming)

Bedragen x 1.000 euro

ACTIVA   31-12-2018   31-12-2017
Vaste activa        
Immateriële vaste activa 2.482   1.871  
Materiële vaste activa (1) 169.088   156.449  
Financiële vaste activa (2) 24.220   21.068  
    195.790   179.388
         
Vlottende activa        
Voorraden 844   880  
Vorderingen (3) 12.211   12.804  
Liquide middelen 388   819  
    13.443   14.503
         
Totaal Activa   209.233   193.891

Bedragen x 1.000 euro

PASSIVA   31-12-2018   31-12-2017
Eigen vermogen (4)        
Gestort en opgevraagd aandelenkapitaal 141   141  
Agio 6.305   6.305  
Overige reserves 67.063   64.918  
Onverdeeld resultaat 2.017   2.145  
    75.526   73.509
         
Bijdragen van derden (5)   32.599   26.366
Voorzieningen   6.782   6.243
Langlopende leningen   57.500   60.000
         
Kortlopende schulden        
Schulden aan kredietinstellingen 15.683   2.619  
Overige kortlopende schulden (6) 21.143   25.154  
    36.826   27.773
         
Totaal Passiva   209.233   193.891

Vennootschappelijke winst- en verliesrekening over 2018

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening 4.449 6.592
Rentelasten en -baten ‑2.345 ‑2.161
Resultaat uit deelnemingen (7) ‑17 ‑2.189
Winstbelasting ‑70 ‑97
Nettowinst 2.017 2.145

Grondslagen van waardering en resultaatbepaling in de vennootschappelijke jaarrekening

De vennootschap heeft de enkelvoudige jaarrekening opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 Burgerlijk Wetboek. De jaarrekening is opgemaakt op 20 juni 2019.

Voor de grondslagen voor de waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat, wordt verwezen naar de grondslagen van waardering en resultaatbepaling in de geconsolideerde jaarrekening, voor zover hierna niet anders wordt vermeld.

Met betrekking tot de winst- en verliesrekening van N.V. Waterbedrijf Groningen is artikel 402, titel 9 BW2 toegepast op grond waarvan een vereenvoudigd model is opgenomen.

Vergelijkende cijfers

Teneinde het inzicht in de totstandkoming van het resultaat te vergroten zijn posten, verantwoord in de winst- en verliesrekening, waar nodig geherrubriceerd. Vergelijkende cijfers zijn dienovereenkomstig aangepast.

Toelichting op de vennootschappelijke balans

De financiële gegevens van N.V. Waterbedrijf Groningen zijn verwerkt in haar geconsolideerde jaarrekening. De vennootschappelijke balans wordt toegelicht voor zover sprake is van significante afwijkingen ten opzichte van de geconsolideerde balans.

1. Materiële vaste activa

De economische levensduur in jaren voor de belangrijkste categorieën zijn als volgt vastgesteld; bedrijfsgebouwen en hoofdleidingen 30 jaar; waterwinputten, aansluitleidingen, machines en installaties 20 jaar; telecommunicatie 15 jaar en overige 5 - 10 jaar. Op terreinen wordt niet afgeschreven. De terreinen in de waterwingebieden aangeschaft voor 1997 zijn vermeld onder “Bedrijfsgebouwen en terreinen” en worden gewaardeerd tegen lagere bedrijfswaarde.

De samenstelling en het verloop van de materiële vaste activa in het verslagjaar, onderverdeeld naar categorie, is als volgt:

Bedragen x 1.000 euro

  Bedrijfs- gebouwen, en terreinen Installaties productie Distributie- leidingen, installaties Overige duurzame activa Werken in uitvoering Totaal
             
Boekwaarde per 1 januari  28.166   32.194   73.934   2.206   19.949   156.449 
Investeringen  6.120   1.033   17.795   502   ‑2.380   23.070 
Desinvesteringen  514   118   36   668 
Afschrijvingen  1.488   2.611   4.993   671   9.763 
Bijzondere waardeverminderingen
Boekwaarde per 31 december  32.284   30.498   86.736   2.001   17.569   169.088 
             
Cum. afschrijvingen 1 januari (*)  27.652   28.317   142.384   3.414   201.767 
Afschrijvingen  1.488   2.611   4.993   671   9.763 
Bijzondere waardeverminderingen
Uit bedrijf genomen activa  1.361   119   998   484   2.962 
Cum. afschrijvingen 31 december  27.779   30.809   146.379   3.601   208.568 
             
Aanschafwaarde per 1 januari  55.818   60.511   216.318   5.620   19.949   358.216 
Investeringen  6.120   1.033   17.795   502   ‑2.380   23.070 
Desinvesteringen  514   118   36   668 
Uit bedrijf genomen activa  1.361   119   998   484   2.962 
Aanschafwaarde per 31 december  60.063   61.307   233.115   5.602   17.569   377.656 

(*) De cum. afschrijvingen zijn inclusief bijzondere waardeverminderingen.

2. Financiële vaste activa

Het verloop van financiële activa is als volgt:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Deelnemingen 21.355 20.508
Latente vordering vennootschapsbelasting 75 0
Leningen 2.790 560
Totaal 24.220 21.068

Het verloop van de financiële activa van de deelnemingen is als volgt:

Bedragen x 1.000 euro

Vennootschap Belang (%) Saldo 1-1 Aankoop / Uitbreiding Verkoop Resultaat 2018 Saldo 31-12
             
SamenWater B.V. 100% 17.707 0 0 554 18.261
Waterbedrijf Groningen Duurzaam B.V. 100% 2.142 1.000 0 ‑806 2.336
Waterlaboratorium Noord B.V 50% 588 0 0 104 692
Futuro B.V. 0% 5 0 ‑136 131 0
Aqua Minerals B.V. 3% 18 0 0 0 18
KWH Water B.V. 3% 48 0 0 0 48
Totaal   20.508 1.000 ‑136 ‑17 21.355

Het verloop van de financiële activa van de leningen is als volgt:

Bedragen x 1.000 euro

  Saldo 1-1 Uitgeleend Aflossing/ kort lopend Saldo 31-12
Langlopende lening Waterlaboratorium Noord B.V. 560 0 ‑70 490
Langlopende lening WarmteStad B.V. 0 2.300 0 2.300
Totaal 560 2.300 ‑70 2.790

3. Vorderingen

Deze post is als volgt te specificeren:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Vorderingen op groepsmaatschappijen 1.200 1.158
Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen 1.876 1.914
Omzetbelasting 965 980
Debiteuren en overige vorderingen 8.170 8.752
Totaal 12.211 12.804

4. Eigen vermogen

Het verloop van het eigen vermogen ziet er als volgt uit:

Bedragen x 1.000 euro

  Gestort en opgevraagd kapitaal Agio Overige reserves Onverdeeld resultaat Totaal
Stand per 1 januari 141 6.305 64.918 2.145 73.509
Uitgifte van aandelen 0 0 0 0 0
Winstbestemming 0 0 2.145 ‑2.145 0
Resultaat boekjaar 0 0 0 2.017 2.017
Stand per 31 december 141 6.305 67.063 2.017 75.526

Het maatschappelijk aandelenkapitaal bedraagt € 250, verdeeld in 500 aandelen van € 500 (in hele euro’s) nominaal per aandeel. Het geplaatst en gestort kapitaal bedraagt € 141. Zie voor de verdeling van de geplaatste aandelen over de aandeelhouders het overzicht “Aandelen, hoofdleidingen en aansluitingen” in het verslag.

Het agio betreft de waarde die boven het nominale bedrag van de aandelen door aandeelhouders is ingebracht in de vennootschap.

Het resultaat over 2017 ten bedrage van € 2.145 is aan de reserves toegevoegd.

Aan de Raad van Commissarissen wordt voorgesteld het positieve saldo van de winst- en verliesrekening van 2018 ten bedrage van € 2.017 ten gunste van de reserves te brengen. Dit voorstel is nog niet in de balans verwerkt.

5. Bijdragen van derden

  Saldo 1-1 Toevoegingen Amortisatie Saldo 31-12
Bijdragen van derden 26.366 7.860 1.627 32.599

Hieronder worden begrepen de ontvangen bijdragen van derden in de aanleg van hoofd- en aansluitleidingen. Hiertegenover staat de verplichting, dat door de vennootschap de aansluiting in stand wordt gehouden. De jaarlijkse amortisatie wordt verantwoord onder de overige opbrengsten.

6. Overige kortlopende schulden

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
Crediteuren 6.550 6.757
Schulden aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen 248 316
Belastingen en sociale premies 934 874
Pensioenpremie 187 178
Grondwaterbelasting 113 0
Regeling kasgeldleningen van werknemers aan het bedrijf van de werkgever 3.128 3.081
Nog te betalen rente leningen kredietinstellingen 1.858 1.868
Overige schulden 2.668 2.780
Overlopende passiva inzake projecten 430 4.508
Verlofdagen personeel 4.794 4.567
Vennootschapsbelasting 118 97
Overlopende passiva 115 128
Totaal 21.143 25.154

De kortlopende schulden hebben een resterende looptijd korter dan een jaar.

Toelichting op de vennootschappelijke winst- en verliesrekening

7. Resultaat uit deelnemingen

Het aandeel in de resultaten van op netto vermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen kan als volgt worden gespecificeerd:

Bedragen x 1.000 euro

  2018 2017
SamenWater B.V. 554 1.097
Waterbedrijf Groningen Duurzaam B.V. ‑806 ‑3.486
Waterlaboratorium Noord B.V. 104 200
Boekwinst Futuro B.V. 131 0
Totaal ‑17 ‑2.189

Het resultaat SamenWater B.V. bestaat uit een aandeel in de winst van SamenWater B.V. ter grootte van € 227 en de vrijval van € 327 in 2018 van de ongerealiseerde winst op de verkoop van industriewateractiviteiten.

Overige gegevens

Statutaire winstverdeling

Samenvatting (artikel 38)
Jaarlijks wordt door de Raad van Commissarissen vastgesteld welk deel van de winst wordt gereserveerd. Uit de na toepassing van de vorenstaande resterende winst wordt zo mogelijk aan de aandeelhouders uitgekeerd een percentage van het nominale bedrag hunner aandelen, gelijk aan het per de laatste dag van het verstreken boekjaar geldende effectief rendement van staatsleningen met een looptijd van tien jaren.

Het hierna resterende gedeelte van de winst is ter beschikking van de vergadering van aandeel­houders, met dien verstande dat reservering plaatsvindt tenzij anders wordt besloten.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan:            de aandeelhouders, de raad van commissarissen en het bestuur van N.V. Waterbedrijf Groningen te Groningen

Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2018

Ons oordeel

Wij hebben de jaarrekening 2018 van N.V. Waterbedrijf Groningen te Groningen gecontroleerd. 

Naar ons oordeel geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van N.V. Waterbedrijf Groningen op 31 december 2018 en van het resultaat over 2018 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

De jaarrekening bestaat uit:

  • de geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2018;
  • de geconsolideerde en enkelvoudige winst-en-verliesrekening over 2018;
  • de algemene toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en de Regeling Controleprotocol Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Controleprotocol WNT 2018) vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening.

Wij zijn onafhankelijk van N.V. Waterbedrijf Groningen zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd

In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2018 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit:

  • het bestuursverslag, bestaande uit hoofdstukken 1 tot en met 8;
  • de overige gegevens.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
  • alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.

Beschrijving van verantwoordelijkheden voor de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van commissarissen voor de jaarrekening

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector  (WNT). In dit kader is het bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de onderneming in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de vennootschap te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderneming haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de vennootschap.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Controleprotocol WNT 2018, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
  • het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderneming haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een onderneming haar continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen;
  • het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. In dit kader hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden voor de groepsonderdelen. Bepalend hierbij zijn de omvang en/of het risicoprofiel van de groepsonderdelen of de activiteiten. Op grond hiervan hebben wij de groepsonderdelen geselecteerd waarbij een controle of beoordeling van de volledige financiële informatie of specifieke posten noodzakelijk was.

Wij communiceren met het bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

 

Groningen, 21 juni 2019

 

Ernst & Young Accountants LLP

 

w.g. D.E. Engwerda RA

Aandelen, hoofdleidingen en aansluitingen

per gemeente op 31 december

  Aantal aandelen Aantal klanten Hoofdleiding (in km) Diameter > 50 mm
       
GEMEENTE      
Appingedam 6 6.109 82
Bedum 5 4.784 111
De Marne 6 5.344 178
Delfzijl 13 12.145 267
Eemsmond 7 7.822 233
Groningen 80 102.575 873
Grootegast 5 5.168 138
Haren 8 9.243 197
Leek 8 9.327 199
Loppersum 6 4.733 160
Marum 5 4.547 142
Midden Groningen 27 28.985 573
Oldambt 18 18.911 394
Pekela 6 5.858 114
Stadskanaal 14 15.570 302
Ten Boer 3 3.165 75
Tynaarlo (gedeeltelijk) - 5.814 104
Veendam 12 13.018 226
Westerwolde 11 12.225 397
Winsum 6 6.253 160
Zuidhorn 8 8.500 228
Provincie 28 0 0
       
Totaal 282 290.096 5.153
Aansluitingen voor percelen buiten ons voorzieningsgebied   27 16
Totaal   290.123 5.169
AF: klanten zonder actieve aansluiting   ‑3.326  
Totaal actieve aansluitingen   286.797